Joost Michiels

Het is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat het politieke jaar maar stilaan op gang aan het komen is en dat er bovendien op het communautaire front weinig gebeurt, maar wie deze weken op zoek was naar wat in de Franstalige media over Vlaanderen werd verteld, moest zich met een magere buit tevreden stellen. Af en toe viel er echter toch iets opmerkelijks en/of interessants genoeg om onder uw aandacht te brengen.

Taaltoestanden aan de Vlaamse kust

Op 8 september had RTL het in het wekelijkse magazine Reporter over de wijze waarop Franstaligen aan onze kust worden ontvangen. De teaser waarmee de uitzending aangekondigd werd, was bijzonder provocerend. Hij toonde o.m. Franstalige gezinnen die op een of ander strand of dijk geïnterviewd werden en voor de camera verklaarden dat ze aan de kust zowel in de horeca als in handelszaken bijzonder slecht ontvangen werden en dat niemand er hun taal wou verstaan. Hun verhaal kwam er op neer dat ze er zich niet langer thuis konden voelen. Dit was zo grof dat het uiteraard volstond om mij van op het puntje van mijn stoel naar de uitzending te doen kijken.

Het begin ervan was nog erger dan ik het had verwacht. Enkele vaders en moeders vertelden dat hun kinderen op strandspeeltuinen door Vlaamse leeftijdsgenoten bewust werden geïsoleerd en geboycot omdat ze Frans spraken. Zij zelf moesten in cafés en restaurants steeds veel langer op bediening wachten omdat men hen bij het binnenkomen de taal van Molière had horen gebruiken. Ook bij slagers of bakkers konden ze niet langer in hun taal terecht. Een jonge man beweerde zelfs dat hij in Knokke bij een bezoek aan een discotheek was afgeranseld omdat hij Frans had gesproken. Er kwamen ook enkele Walen aan het woord die in Bray-Dunes- de eerste Franse gemeente als men in De Panne de grens oversteekt- een appartement hadden gekocht of gehuurd omdat ze in Frankrijk echt welkom waren terwijl dit bij ons niet langer het geval was. Hun verhaal werd overigens bevestigd door een lokale immobiliënmakelaar die vertelde dat hij de laatste jaren steeds meer Franstalige Belgen als klant over de vloer krijgt.

 

300.000 Franstaligen in Vlaanderen

De Union des Francophones de Flandre is een schimmige vereniging waar u waarschijnlijk nog nooit van hebt gehoord, maar die er niettemin in slaagt om toch af en toe in de Franstalige pers en zelfs in die van Frankrijk aan bod te komen. Er mag er overigens van uitgegaan worden dat ze door dat land gefinancierd wordt. Vanzelfsprekend kwam de voorzitter van deze club, die regelmatig beweert dat hij de 300.000 Franstaligen uit Vlaanderen vertegenwoordigt (excusez du peu), in deze uitzending zijn woordje doen. Hij vertelde dat hij reeds 26 jaar aan onze kust woont en dat ook hij de laatste jaren heeft moeten vaststellen dat Walen er steeds minder welkom zijn. Naar zijn mening heeft dit veel te maken met de verslechterde economische toestand van de Walen. Die zorgt ervoor dat ze niet langer veel geld kunnen uitgeven en dus een minder interessant cliënteel zijn geworden. Hij giet nog wat meer olie op het vuur door hier aan toe te voegen dat ondertussen steeds meer goed bij kas zittende Duitsers hun vakantie aan onze stranden komen doorbrengen en dat die, in tegenstelling tot de Franstaligen, met alle egards en overal in het Duits worden ontvangen.

U kunt zich ongetwijfeld de reactie voorstellen van de modale RTL kijker die met indianen verhalen van dit kaliber wordt geconfronteerd. Ik stond dan ook op het punt om een woedende mail naar de Franstalige commerciële zender te sturen toen die plots en tot mijn grote verbazing het geweer helemaal van schouder veranderde en twee jonge Vlaamse vrouwen naar Dinant stuurde om na te gaan hoe het een louter Nederlandstalige toerist in dat Waals stadje aan de Maas vergaat.

Ze stelden vast dat het personeel van zowel winkels als van horeca bedrijven in het beste geval slechts een paar woorden Nederlands kent en dat Vlamingen er bij dokter noch bij apotheker in hun taal terecht kunnen. RTL ging merkwaardig genoeg op het ingeslagen pad nog verder. Een journalist ging naar de kust om er het zelfde maar dan in het Frans te proberen. Het werd al heel snel duidelijk dat hij er zonder enig probleem overal zowel in winkels en cafés als bij apothekers en dokters in het Frans terecht kon. Het kwam er op neer dat RTL het kwalijk imago dat van onze kust tot op dat ogenblik was geschetst, zelf wegveegde. Enerzijds is zo iets bijzonder uitzonderlijk in Franstalige media en mag dan ook als zeer positief worden beschouwd. (De maker van het programma Christophe Deborsu die een Waalse belgicist is, zal hier wel wat mee te maken hebben gehad)

Anderzijds blijkt uit de reportage echter ook dat er nog steeds heel veel Franstaligen en Walen zijn, die Vlaanderen dermate minachten en haten dat ze er nooit zullen voor terugdeinzen de Vlamingen zwart te maken ook al moet hiervoor een loopje met de waarheid worden genomen. Ze weigeren halsstarrig, al was het maar één woord, Nederlands te spreken, voelen zich diep beledigd wanneer iemand zich in die taal tot hen richt en “flamin” is voor hen nog steeds een graag gebruikt scheldwoord. Een en ander staat in schril contrast met de houding van de modale Vlaming. De Vlaamse meisjes die naar Dinant trokken, hadden daar in een restaurant ook lang op bediening moeten wachten. Toen Deborsu hen de vraag stelde of dit volgens hen te wijten was aan het feit dat ze bij het binnenkomen Nederlands hadden gesproken, luidde hun antwoord echter dat dit waarschijnlijk alleen met een gebrek aan personeel had te maken.

 

Een verschil in perceptie

Op 15 september was de Vlaamse Minister-president te gast in de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de UCL om er de openingsles van het academisch jaar te geven. Volgens de Vlaamse kranten die haar bijwoonden, had hij het voornamelijk over de economische zwakheden van Wallonië en wat hier aan gedaan kon worden. Niets daarvan in het verslag van Le Soir dat het uitsluitend heeft over het feit dat Geert Bourgeois gedurende gans die les slechts één maal het woord Belgique in de mond heeft genomen.

 

Heimwee naar het unitair België

Gematigde Vlamingen menen vaak dat het huidig Belgisch federalisme algemeen aanvaard wordt en dat de Franstaligen beseffen dat er geen weg terug is. Dat is een illusie. Ze zullen steeds weer proberen de regionalisering terug te schroeven. Dit blijkt weer eens uit een opiniestuk van Beatrice Delvaux, senior writer bij Le Soir, dat in De Standaard van 20/9/17 is verschenen. Het volgend citaat spreekt boekdelen hieromtrent “… voor het land is het overduidelijk dat sommige bevoegdheden zoals mobiliteit, leefmilieu, en internationale betrekkingen veel beter opnieuw federaal zouden worden om ze efficiënt te kunnen uitoefenen en problemen op te lossen voor de burger…” Conclusie: zo lang ze het zullen kunnen, zullen de Franstaligen proberen in minder of meerdere mate elke vorm van Vlaamse automie te ondermijnen. We moeten dus wel een volledige onafhankelijkheid nastreven want die alleen kan hen elke vorm van medezeggenschap over Vlaanderen ontnemen.

 

Vlaanderen is republikeinser dan Wallonië

Franstalige kranten lezen heeft het voordeel dat ze soms informatie brengen die onze gestroomlijnde Vlaamse pers ons om voor de hand liggende redenen probeert te onthouden. Die besteedde bijvoorbeeld geen enkele aandacht aan een studie over de aanhankelijkheid aan de Belgische monarchie die in Le Soir van 22/8 werd besproken. Ze bevestigt immers dat Vlaanderen tegenwoordig een stuk minder koningsgezind is dan Wallonië.

Zo zijn bijvoorbeeld 2/3 van de Vlamingen gewonnen voor een louter protocollaire monarchie terwijl dit voor slechts 1/3 van de Walen het geval is. Nog opvallender slechts 53,7% van de Vlamingen verkiezen een monarchie boven een republiek. Bij de Walen gaat het om 63,1% en bij de Brusselaars om 68,8%.

 

Jonge Walen hebben een hekel aan het Nederlands

In de Communauté Française de Belgique hebben de leerlingen voor de tweede taal die hen aangeleerd wordt, de vrije keuze tussen het Engels en het Nederlands. Dit laatste heeft minder en minder succes. Een studie toont aan dat de overgrote meerderheid van de Waalse leerlingen een hekel aan het Nederlands heeft. Ze vinden het een lelijke en een moeilijke taal. Christophe Deborsu, waarover hierboven al sprake was, is waarschijnlijk een van de weinige Walen die zich hier zorgen om maakt. Hij vond het dan ook nodig hierover in zijn zondagse uitzending een debat te organiseren. Er werd o.m. aan deelgenomen door een schooldirecteur uit Tamines die in zijn instelling zowel Engels- als Nederlandstalige immersieklassen had georganiseerd (dit zijn klassen waarin bepaalde vakken in de gekozen tweede taal worden gegeven, bijvoorbeeld aardrijkskunde en geschiedenis). De Engelstalige kenden een groeiend succes. De Nederlandstalige had hij bij gebrek aan kandidaten moeten afschaffen. De Vlaamse beweging werd in het programma van Deborsu vertegenwoordigd door Hilde Roossens van de VVB. Die verklaarde (waarschijnlijk tot zijn spijt) dat dit gebrek aan belangstelling voor onze taal vooral jammer is voor die leerlingen zelf, omdat ze hiermee een stuk ontwikkeling missen, maar dat dit op de keper beschouwd hun zaak is. Ze voegde er aan toe dat een en ander voor het overige aantoonde dat België een kunstmatig land is dat binnen afzienbare tijd uiteen zal vallen.

Dit gebrek aan belangstelling voor het Nederlands bij de Franstalige jeugd blijkt overigens ook uit een onderzoek naar de kennis van die taal bij de Brusselse Franstalige jongeren dat in opdracht van Actiris (de Brusselse versie van de VDAB) werd uitgevoerd en in Le Soir van 4 oktober werd besproken. Hieruit blijkt dat er slechts één op de vijf van die jongeren over een middelmatige kennis van het Nederlands beschikt. Daar dit gebrek aan kennis van de inwoners van dit land het zoeken naar een baan bemoeilijkt, start Actiris met een promotie campagne voor het leren van Nederlands. Hiervoor wordt Vincent Kompany als boegbeeld ingezet maar of dit zal helpen…

 

Fake news

Tot slot nog een prachtig voorbeeld van de bewust verkeerde informatie die bij Franstaligen over ons nog steeds wordt verspreid:

In het kielzog van de verslaggeving over de dramatische incidenten die zich n.a.v. van het referendum over onafhankelijkheid in Catalonië op 1 oktober voordeden, bracht Le Soir op 2 oktober een interview met een zekere professor David Droische van de ‘université de Liège’. Deze taalspecialist (sic) werd door de krant aan de tand gevoeld over de taal- en mentaliteitverschillen tussen Catalonie en Spanje. De man vertelde o.m. dat Catalanen hun eigen taal willen bewaren terwijl de Spanjaarden het Spaans over gans het land als eenheidstaal willen opdringen. Hij voegde hier zonder blozen aan toe dat het te vrezen was dat de Vlamingen met hun Nederlands hetzelfde willen doen.

Spreekt voor zichzelf, niet?

 

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail