Is IS de ISLAM ?

Al in 1981, kort na de islamitische revolutie van Khomeini in Perzië/Iran, schreef de toen jonge academicus Hans Jansen (°1942) het shariafundamentalisme in de vernieling. De moordenaars van Sadat in Egypte streefden ook een islami(s)tisch kalifaat na. Kalifaat, dat nooit had mogen verdwijnen, het zou ons vandaag veel problemen besparen. Zo sprak Hans Jansen – gewezen prof in Leiden, Utrecht en Groningen – voor een veelkoppig publiek van Pro Flandria, netwerk van ondernemers en academici op 27 september.

Titel van de lezing: Is IS Islam? Na de open brief van de 24 moslimgeleerden eerder vorige week en de vele tegenstemmen van ‘light’ moslims in het Westen, zijn we geneigd die vraag negatief te beantwoorden. En hoewel Jansen niet altijd wil generaliseren, stelt hij toch dat ‘de’ islam, zoals die op de kansel in de moskee wordt gepreekt, overal de ‘jihad’ preekt, het ‘beoorlogen’ van de ongelovigen. Jansens kernboodschap: natuurlijk zijn er nuances. Maar au fond is er geen verschil.
Vele moslims in het Westen vinden de Koran belangrijker dan de waarden van het Vrije Westen, zoals de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens vooropstelt. Als premier riep Erdogan, vandaag president van Turkije, Turkse moslims in het Westen op nooit aan hun islamitische geloof en identiteit te verzaken. ‘Onze minaretten zijn als bajonetten’, riep hij. Weinig pacificerende taal van de president van een lidstaat van de NAVO en kandidaat-lidstaat van de Europese Unie. Niet echt verstandig, die bij de club te halen, stelt Jansen. Turkije staat al sinds de jaren 1980 open voor shariafundamentalisme, nu is er zo’n prediker leider van dat land.
Hans Jansen gaf in kort bestek een overzicht van het verschil tussen Koran en sharia, van islam en IS/ISIL/ISIS en van het kalifaat – dat trouwens niet geografisch begrens is maar een theoretisch concept; een kalief niets minder dan ‘de vorst van de gelovigen’. Zoals ook imams en moefti’s niet geografisch gebonden zijn. ‘In abstracto zweven die boven die mensheid.’
Als geïslamiseerd Romeins Recht is de sharia – berucht van de stenigingen, het handen afhakken en onthoofden – de wet van de islam geworden. En die wet vereist nu eenmaal de jihad. Weinig moslims die dat zullen afzweren, al was het nog maar omdat ze wekelijks op de kansel wordt gepredikt. Door het gebrek aan een concrete leerstellingen ontwerpende hiërarchie, is elke imam (leider) – Jansen gebruikt graag het woord ‘beroepsmoslim’ – verantwoordelijk voor de interpretatie van de woorden uit de heilige boeken.
Net daarom – omdat jihad altijd al bepleit is geworden, in alle moskeeën – is de IS helemaal niets nieuws, zoals de VS nu stellen. ‘In Saudi-Arabië en Iran gebeurt net hetzelfde, maar achter gesloten deuren in plaats van op YouTube,’ aldus Jansen die met zijn licht ironiserende stijl de verschrikkelijke daden van de IS in een breder daglicht plaatst.
Herinner u de genocide op de Armeniërs, het uitmoorden van de Assyriërs, het verdrijven van de Koptische orthodoxe christenen. Vandaag de Jezidi’s in Irak. De zoveelste niet-islamitische (ongelovige) bevolkinsgroep die eraan moet geloven. Niets nieuws onder de Arabische zon, aldus Jansen, maar het nieuwe eraan is de angst dat het ook hier gaat gebeuren.
Daarom is het een wezenlijke fout geweest van de Geallieerden na de Eerste Wereldoorlog van, met de Sykes Picot-akkoorden, ook het kalifaat af te schaffen. Zolang er geen kalifaat bestond of bestaat, zullen er immers altijd moslims strijden om er één in te richten. En eens ze daarin slagen, zullen ze steeds meer gelovigen met zich meekrijgen. Dat zijn daarom niet altijd jongeren met slechte sociaaleconomische achtergrond of vooruitzichten, niet steeds jongemannen stijf van de testosteron of op zoek naar avontuur. Maar vaak gewone gelovige moslims die eieren voor hun geld kiezen, uit overlevingsstrategie. Je leven staat er op het spel. Je bent beter mét de jihadi’s dan tegen hen.
Of we de IS ter plekke moeten bestrijden? Of luchtaanvallen voldoende zijn en we geen boots on the ground nodig hebben? Jansen wil er zich niet echt over uitspreken. ‘Grote genieën genoeg in Washington daarvoor.’ En vooral: ‘we moeten eerst de verhoudingen met de moslims hier rechttrekken’, alvorens te interveniëren in het Midden-Oosten.
Hans Jansen gelooft immers niet in een gematigde islam, dat is de kern van zijn betoog. De gematigde islam is de islam waarvan wij zouden willen wat islam is. Jansen kent geen moskees waar géén jihad wordt gepredikt. En de 24 intellectuele moslims die zich in een open brief tegen de islaminterpretatie van de IS keerden, zijn hoogstens charlatans. Hun interpretatie is net dezelfde als die van de IS-strijders. Ze geloven evenzeer in de sharia, in slavernij. Er is geen discussie over de noodzaak van de jihad. Wel over wie die moet leiden, waar, wanneer en hoe die moet plaatsvinden. IS duwt hoogstens de openbriefschrijvers van hun sokkel, ze voelen zich voorbijgestoken.
Waarom Jansen niet in een gematigde islam gelooft? Daarvoor ontwikkelde hij een stelling waartegen hij ook andere godsdiensten projecteert. Geloof is (1) oncontroleerbaar, of Mohammed nu met de mond van God sprak of Maria onbevlekt ontvangen was, dat geloof je of niet, that’s it. Die stellingen vallen niet te controleren. Geloof is (2) een gedrag: kerstbomen plaatsen op 25 december, schransen tijdens het Suikerfeest, besnijdenis … Geloof is (3) ook een organisatie, bij de rooms-katholieke kerk met haar pauselijke hiërarchie het meest duidelijk. Geloof is (4) ritueel: transsubstantiatie, biechten, vasten …
Op die vier criteria is er in elk geloof wel voldoende vrijheid. Je gelooft wel of niet, zet al dan niet een kerstboom, sluit je aan bij de leerstellingen zonder dat je meteen zult branden in de hel … Enkel met het gedrag zit er iets fouts bij vele niet-Westerse religies. Anders dan bijvoorbeeld in het christendom, dat doordrongen is van een schuldbesef, is er in de islam geen plaats voor meningsverschillen. Het gedrag primeert. Er is geen plaats voor wederkerigheidsethiek; doe je naaste niet aan wat je niet wil dat jezelf wordt aangedaan (later de eerste Categorische Imperatief van Kant).
Die wederkerigheidsethiek bestaat niét in de islam. Jansen geeft zes voorbeelden waarmee hij wil aantonen dat er geen interpretatie mogelijk is van de islam als zodanig en dus een gematigde islam niet bestaat. We zetten zijn Jansens eventjes op een rijtje.

  1. Wij zijn altijd aan de redelijkheid onderworpen in een discussie. Moslims erkennen het primaat van de rede niet, enkel die van de islam.
  2. Wij geloven in een vrije wil (in welke mate ook). De islam niet; alles hangt af van wat God wil of belieft.
  3. Omdat we over een vrije wil beschikken, hebben we normen (de Tien Geboden). Die zetten aan tot nadenken, reflectie, gewetensvorming. Die vrijheid is er niet in de islam met haar voorschriften.
  4. Schuldbekentenis, fouten toegeven, schuld erkennen en vergeven zijn onbekend buiten de Westerse (christelijk geïnspireerde) cultuur. Schuld bestaat niet in de islam, ook al wijst alles erop dat iemand schuldig is aan een feit.
  5. Er is geen scheiding van Kerk en Staat in de islam. Die horen altijd samen te gaan, in dezelfde hand. Waar er in het christendom een duizendjarenlange discussie is geweest in welke mate beide machten gescheiden horen te zijn.
  6. Buiten het christendom bestaat het monogame duurzame gezin niet. De islam erkent polygamie en kent grote leeftijdsverschillen tussen oude mannen en jonge meisjes in het huwelijk.

Tot slot is er ook het volgens Jansen fameuze vers 3 van Koran 3:

‘Wie gelooft dat Christus zoon van God is, moge God die mensen beoorlogen’.

Dat beoorlogen heeft als consequentie: uitmoorden of tot slaaf maken.
Jansen vat dit samen met een naar eigen zeggen

‘weinig geruststellende mededeling. Hoe kun je hier een compromis maken met de beroepsmoslims?’

Als zij dit alles prediken en voorstaan, hoe kun je daar dan een plaats aan geven in Nederland, België, West-Europa? Als bij die moslims geen plaats is voor wederkerigheid van respect, mag het Westen hen geen ruimte even. ‘We zijn te tolerant en te solidair,’ vatte Pro Flandria-voorzitter Kurt Moons de lezing af in zijn dankwoord voor prof. Hans Jansen.

met dank aan Doorbraak – www.doorbraak.be