De bovenstaande uitdrukking in het Ierse Gaelic betekent eigenlijk niets meer en niets minder dan “onze dag zal komen”, een slogan die de voorbije Paasweken meermaals luidop en met klare stem in de Ierse hoofdstad en vér daarbuiten weerklonk. De Ieren vierden namelijk massaal de honderdste verjaardag van de Paasopstand in 1916, en dat zullen we geweten hebben – toch als we er de buitenlandse pers op na lazen. In de binnenlandse pers was er géén aandacht, ook niet van onze “kwaliteitskranten”.

 

Sinn FeinOm eventjes de Paasopstand te kaderen: Ierland werd (en wordt ten dele nog steeds) eeuwenlang gekoloniseerd door Groot-Brittannië. Zowat elke generatie Ieren bracht een eigen, soms politieke, soms militaire, soms gecombineerd militair-politieke opstand voort (Young Ireland, Fenians, The Irish Party, Irish Republican Brotherhood, etc.). Opstanden die steevast op mislukkingen uitliepen, wat de Ieren er echter niet van weerhield om het een generatie later opnieuw te proberen. Het is de zoveelste mislukte militaire opstand, die van Pasen 1916 (in volle Eerste Wereldoorlog, toen veel Ieren dienst deden in het Engelse leger) en vooral de meedogenloze en uitzinnige repressie van Groot-Brittannië, die voor een omslag in Ierland zorgen: van een afwijzing van deze militaire opstand door het overgrote deel van het Ierse volk tot een enthousiasme voor een eigen weg, ‘Sinn Fein’ (of ‘wij zelf’). Enkele jaren later is Ierland onafhankelijkheid, toch het grootste deel ervan.
De reden waarom de herdenking van deze Ierse Paasopstand weinig in de Belgische pers werd besproken, is misschien niet ver te zoeken! Vlamingen en Nederlanders die regelmatig Ierland bezoeken, landgenoten die de Ieren wat beter kennen dan louter van bezoeken aan Temple Bar in Dublin en New Grange aan de Boyne, staan telkens weer stomverbaasd over het karakter van de Ieren. Het valt ons op hoe de Ieren op een totaal compleksloze manier naar de eigen geschiedenis kijken, en met volle teugen genieten van hun eigen Ierse identiteit. Diep doorleefd nationalisme dus!

 

Wolfe-Tones

Wolfe Tones

Neem nu het optreden van de nationalistische folkgroep Wolfe Tones in Dublin, in datzelfde paasweekend van 2016. Drie avonden na elkaar de zaal – met een capaciteit van 1.600 personen alsjeblieft – laten vollopen met enthousiaste fans, die niet alleen àlle rebelsongs uit volle borst meezingen, maar daarbij een aanstekelijke vrolijkheid ten toon spreiden: je moet het maar doen! En nu zal de Ierlandkenner natuurlijk opwerpen dat het entourage van deze radicale folkgroep de harde kern van het Iers nationalisme bestrijkt, maar hetzelfde enthousiasme stelde ik eveneens vast in het kleinste dorp en op de verst afgelegen eilanden. Zo mochten we het meemaken dat ook op Inis Mor, één van de Aran-eilanden (met een bevolking van amper 900 personen), de pannen van het dak werden gezonden in de lokale pub.
Of ik hiermee niet in de val trap van de beate adoratie? Of ik hiermee blind zou zijn voor de vele problemen waarmee Ierland ook vandaag nog kampt, en voor het feit dat het eiland ook na zovele jaren strijd nog niet verenigd is? Neen, absoluut niet! Maar men kan tegelijkertijd niet ontkennen dat het nationalisme op het Ierse eiland springlevend is, en dat vooral jonge mensen zonder schuldcomplexen uiting geven aan hun gevoelens en aan hun overtuiging. Op een moderne, aanstekelijke manier.
Kan Vlaanderen hieruit lessen trekken? Ook bij ons moet het mogelijk zijn om met respect voor tradities en de eigen geschiedenis opnieuw jonge mensen warm te maken voor “de Vlaamse zaak”, op een radicale maar eigentijdse manier. Want is de Vlaamse Beweging globaal genomen niet véél te braaf, veel te burgerlijk, veel te stijf om jongeren aan te trekken? De manier waarop de Wolfe Tones (krasse zeventigers!) het nationale lied Amhrán na bhFiann (Soldiers are we) vertolkten en de ganse zaal deden meezingen, liet bij verschillende Vlaamse aanwezigen het gevoel achter dat zoiets toch ook in Vlaanderen mogelijk zou moeten zijn. Nationale trots, maar mét voldoende respect voor het eigen ritme van de Ierse (of Vlaamse) jeugd. Een versmelting van het oude, Iers nationalisme en de jeugdige onbesuisdheid. Een zeer aangename cocktail die ook in Vlaanderen voor wat vuurwerk zou kunnen zorgen. Wie neemt de handschoen op? Niet alleen in Dublin maar ook op andere plaatsen in Ierland weerklonk dus luid en fier ‘Tiocfaidh ár lá’: niemand die er in Ierland aan twijfelt, onze dag zal komen!

Piet Vannieuwvliet