Voor vele Franstaligen is het een nachtmerrie, dan wel een “fout idee” om in Vlaanderen te gaan spreken voor een “Vlaamsgezind” publiek. De doortocht van Didier Paquot, hoofdeconoom bij de denktank Institut Jules Destree, in de leeuwenkuil van ProFlandria, de netwerkorganisatie van academici en ondernemers , is daarom niet onopgemerkt verlopen.

Van zenuwachtigheid was anders weinig te merken in de toespraak van dhr Paquot. Al jarenlang is hij actief als econoom, eerst bij Fortis, dan bij UWE (de Waalse werkgevers) en nu bij het Institut Jules Destree, een denktank die in Wallonië wel wat gewicht heeft. En zoals het een econoom past, was hij gewapend met een batterij slides vol cijfers en grafieken over de economische toestand in Wallonië.

Luik en Henegouwen

Vooreerst is Wallonië op zich niet het rampgebied. Wel de provincies Luik en Henegouwen, waar men het jobverlies van de jaren ‘80 en ‘90 nog altijd niet verteerd heeft. Neem Henegouwen en Luik weg uit de vergelijking en er is geen fundamenteel probleem meer tegenover Vlaanderen. Als je de cijfers van Paquot bekijkt, dan hebben de andere provincies sinds 2000 wél het Vlaamse tempo van jobcreatie bijgehouden. Vlaams-Brabant en Luxemburg op kop. Vooral in Pharmaceutica (GSK) en IT (Odoo) zijn er nieuwe industrieën ontstaan en moet Wallonië nauwelijks onderdoen voor Vlaanderen.

Waar Wallonië echter wel collectief de rol heeft moeten lossen, is in productiviteit: de meerwaarde die per werknemer gecreëerd werd, is in Vlaanderen sneller gestegen dan in Wallonië.  En die kloof wordt alsmaar groter. Waarom, is moeilijk precies te becijferen, maar de grotere tewerkstelling bij de overheid in verband met werkgelegenheid in de private sector zal daar wellicht voor iets tussen zitten.

Als puntje bij paaltje komt, draait het altijd uit op één groot probleem: een té lage werkgelegenheidsgraad. Te weinig mensen die belastingen betalen en teveel mensen die sociale bijdragen ontvangen. En een politiek systeem dat vooral gericht is op ondersteunen en niet op aan het werk te zetten.

Plannen…..

Aan plannen was er anderzijds over de jaren geen gebrek. Het ene ontwikkelingsplan volgde het andere op, zonder veel zoden aan de dijk te zetten. Met telkens grote investeringsbudgetten, die relatief weinig resultaat gaven.   

Geen visie en geen eenheid

En dan speelt natuurlijk ook het  gebrek aan gemeenschappelijke visie mee. Wallonië en Brussel zijn geen eenheid. En in tegenstelling tot Vlaanderen, waar er wel degelijk een “Vlaams” gevoel bestaat, zijn er in Wallonië vooral provincies en zelfs meer steden. De hoofdstad Brussel heeft weinig of geen voeling met wat er in Wallonië gebeurt en omgekeerd .

Dan is het niet moeilijk om te begrijpen waarom men in Wallonië niet warm loopt voor een verdere splitsing van bevoegdheden.  “Laat ons verder proberen om onze economie uit het slop te trekken in plaats van tijd en energie te spenderen aan het verder splitsen”, is daar de duidelijke boodschap.  

Vraagtekens

Dat België op deze manier -met het opstapelen van begrotingstekorten en hoge overheidsschulden – niet verder kan is evident. Maar wat er in de plaats moet komen en hoe we daar geraken is dat minder ?

“Misschien moeten we van beide kanten een paar knappe koppen bij mekaar steken: juristen, economen, professoren,…  Die kunnen dan een paar scenario’s ontwikkelen , volledig doorrekenen en op het publieke forum brengen. “ Dat ontbreekt tot op vandaag.

In de meeste landen in Europa zijn er significante transfers . De spreker beseft wel dat er een probleem ontstaat wanneer de Vlaamse gemeenschap niet langer bereid zou zijn om solidair te zijn met de Waalse provincies. 

Vragenronde.

Na de spreekbeurt volgde een geanimeerde vragenronde en werd nader ingegaan op de noodzakelijke economische conversie ; het politieke landschap in Wallonië ; de torenhoge overheidsschulden en het besef dat de huidige Belgische constructie nefast is voor de welvaart van Vlaanderen én van Wallonië .

De vele deelnemers aan deze ledenvergadering waren het uiteraard niet altijd eens met de analyse maar gaven door hun daverend applaus wel te kennen dat zij de komst van dhr Paquot duidelijk apprecieerden.

Ook tijdens de receptie werd dhr Paquot bestookt met vragen en opmerkingen die op een decente wijze uiting gaven aan al onze frustraties . Hij deelde veel van hen .In gelijk welke constructie of constellatie blijven we echter buren en zal er met mekaar moeten gepraat en gediscussieerd worden.

Pro Flandria gaat dit debat en deze confrontatie zeker niet uit de weg . Wordt vervolgd !